Zelfportret schilderen is een ideale manier om portretschilderen te oefenen. Het zelfportret de uitgelezen mogelijkheid om heel veel te oefenen. Rembrandt van Rijn maakte in zijn leven heel veel zelfportretten, een ook Vincent van Gogh wist zichzelf in de spiegel te vinden.

In dit artikel vertel ik hoe je stap voor stap een portret schildert.

Voor schilderen heb je ook discipline nodig

Dat is jammer, schilderen is niet alleen maar romantisch. Om echt goed te leren schilderen moet je veel oefenen. En dat vraagt discipline. Een tijd lang heb ik gewerkt aan mijn project 108 selfies. Steeds op een vast formaat, in verschillende technieken. Ik doe dat om mijn creatieve stroom op gang te houden. Het is een geweldige oefening in techniek én discipline in het schilderen.

 

In zeven stappen een zelfportret schilderen

1. Bepaal je houding

Als je met een spiegel werkt, plaats deze dan op ooghoogte. Kijk naar het invallende licht dat over je gezicht valt. Geeft het een interessante lichtval? Zie je genoeg verschil tussen donker en lichte partijen? Neem een houding aan die je langere tijd ontspannen kunt vol houden.

Plaats je drager op ooghoogte. Ik schilder hier op een dik karton dat ik een ondergrond heb gegeven van gesso en een dunne laag schrale groene olieverf.

2. Maak een dunne onderschildering

Maak een neutrale kleur verf, bijvoorbeeld een mengsel van restjes overgebleven verf of een mengsel van wit, zwart en gele oker. Schilder met verdunde, schrale verf de contouren en grote lijnen van het gezicht. Kijk naar de schaduwen en zet deze in grote vlakken op. Schilder geen details, maar alleen grote lijnen en vlakken

zelfportret schilderen

3. Breng de schaduwen aan

Kijk goed waar de donkerste delen te zien zijn. Versterk de schaduwen met donkere verf, door een klein beetje meer zwart of groen aan de neutrale kleur toe te voegen. Breng de verf dun en schraal aan waardoor het doorschijnend blijft.

zelfportret schilderen

4. De midden tonen

De midden tonen zijn de delen waar de schaduw overgaat in de lichtere delen. Hier komt er meer kleur in je schildering. Begin met het onderste deel van het gezicht, dan het middelste deel en vervolgens het voorhoofd, dat iets lichter en geler van kleur is.

Maak grote vlakken door een redelijk groot penseel te gebruiken. Schilder nog geen details.

zelfportret schilderen

5. De lichte tonen

Nu komen de lichte tonen aan de beurt. Kijk goed waar je op het gezicht licht ziet. Door je ogen half dicht te doen en door je wimpers te kijken, zie je verschillen in toon.

De verf mag dikker en opaker worden aangebracht dan de schaduwen. Dit zijn de delen waar je oog naar kijkt: het licht in het schilderij.

zelfportret schilderen

6. De omgeving

De omgeving heeft een belangrijke functie. Het plaatst het geheel in een context. Ook kan de achtergrond helpen om het gezicht meer contour te geven. Kies voor een kleur uit je palet dat je al gebruikt hebt, óf een complementaire kleur ervan.

zelfportret schilderen

7. Details en kenmerken aanbrengen

Breng je de kenmerken aan die het portret persoonlijk maken; ogen en wenkbrauwen, de drie vlakken van de neus, de neusgaten (donker), de hoeken van de mond en het haar. Beweeg je penseel voor het haar mee met de groeirichting van het haar.

Als laatste plaats je het hooglicht; het ene plekje dat het meeste licht vangt. Hier is dat op mijn neus. Gebruik hiervoor wit met een heel klein beetje geel vermengd om het warm wit te maken. Het mag dik worden aangebracht.

zelfportret schilderen

Zelfportret schilderen

Je hebt gezien dat zelfportret schilderen begint met de ccompostie, een onderschildering, gevolgd door de donkeren delen. Je werkt van donker naar licht, van schraal of dun geschilderd naar licht en opaak. En, tip 8 is: blijven oefenen. Zelfportret schilderen gaat over kijken, observeren,  durven en gevoel voor verhoudingen krijgen. En dat krijg je alleen door het heel vaak te doen.

 

Een aantal portretten

Een aantal beelden uit mijn project 108 Selfies: