Tot mijn dertiende deed ik aan turnen, drie keer per week. Ik fietste door Delft heen en weer, door weer en wind. Heel trouw en altijd met zin om weer iets nieuws te leren. Heel leuk, behalve dat ik stelselmatig gepest werd door een aantal meiden. Hoe ik dat jarenlang heb volgehouden heb weet ik niet. Ik denk dat ik me helemaal focuste op de sport zelf.

Ik leerde goed hoe je je af kunst sluiten voor anderen. Best eenzaam, en bepaald niet goed voor mijn zelfvertrouwen.

Een nieuwe liefde

Tot ik op een dag bij de judolessen van mijn broertje ging kijken. Ik vroeg beleefd of ik mocht kijken.”Nee, dat gaat niet gebeuren”, was het antwoord. De grote sensei keek me met uitdagende pretoogjes aan. “Je trekt een judopak aan en doet mee!” . Dit was geheel nieuw voor me; ik voelde me heel erg welkom.

Niet lang daarna vertelde ik mijn turnlerares dat ik er definitief mee stopte. Of het niet nodig was dat mijn ouders daarover kwamen praten? Vroeg de juf. “Nee hoor”, wist ik beslist, “dat is niet nodig”. Wat voelde ik me sterk!

Gretig leerde ik en ontwikkelde mijn identiteit

Hoe anders je ontwikkelt als je je gewenst voelt! Ik wist niet wat me overkwam. Ik werd opgenomen in een grote judo-familie. Judo heeft alles te maken met evenwicht, balans, contact en respect. Die elementen en het fysieke ‘stoeien’ maakte me intens gelukkig. Ik was een gretige leerling. Na elke judoles schreef ik thuis mijn nieuwe inzichten op en tekende ik alle worpen over uit een instructieboekje.

Mijn judo-aantekeningen uit 1982

 

Een onverwacht bericht

Begin dit jaar kwam mij ter ore dat mijn lieve sensei Joop Gouweleeuw, die me zo liefdevol judo heeft geleerd, is overleden.  Ik was enorm van slag. De uitvaart was een emotionele achtbaan, maar tegelijkertijd ook een reünie. Ineens was ik weer zeventien en de ‘vibes‘ van judo Delft waren er weer.

Ik moest hier wat mee doen!

Joop Gouweleeuw

In memoriam Joop Gouweleeuw

Toen ik een prachtige oude zwart-wit foto van mijn sensei zag wist ik wist meteen dat ik deze wilde gebruiken om iets mee te maken. Een tekening in memoriam. Zo ben ik te werk gegaan.

Als eerste bepaal ik de compositie

Als eerste zoek ik waar de lijnen moeten komen. Het is een complex beeld en ik neem daarom de tijd om zorgvuldig de grote lijnen te plaatsen. Geen haast hierbij maar vooral goed kijken!

Dan volgen de eerste toonwaarden

Ik wilde het zwart-witte van de oude foto behouden, dus houtskool en conté komt daar mooi van pas.

judo Mirjam TorenbeekDoordat er in de foto sterk kunstlicht is gebruikt vallen er enorm sterke schaduwen met een sterk verschil tussen donker en licht. Voor mij heel interessant om mee te werken. Ik kijk door mijn oogharen waar het donker is. Soms op plekken waar je het niet verwacht. Ook al denk je met je verstand dat het niet klopt; het is de kunst om juist dat denken te negeren en alleen te kijken.

Spannend: nu ik veeg alles uit

Om over het hele beeld een middentoon te krijgen, veeg ik over de tekening. Door het vegen ontstaat een dromerig beeld met overal een toonwaarde. De losse elementen krijgen zo al meer samenhang. Van hier uit kan ik de donkere delen donkerder maken en de lichte delen lichter.

schilderen als troost

 

Tekenen als troost

Tot zover het technische stuk. Ondertussen merk ik dat ik zo intensief met mijn sensei en het beeld bezig ben, dat ik rustig wordt. Het voelt heilzaam en ik geniet ervan om opgenomen te worden in … tja, in wat? Ik ervaar dat het tekenen als vanzelf gaat. Een heel bijzonder gevoel, dat ik soms zomaar ervaar als ik me helemaal overgeef en optimaal concentreer. Flow, noemt Mihaly Csikszentmihalyi dat.

Nog belangrijker dan de flow die ik ervaar is de troost die het tekenen me geeft. Het verdriet lijkt te worden omgezet in creativiteit.
tekenen als troost

 

 

Donker en licht

De volgende dag ga ik verder. Nu is het tijd om meer contrast aan te brengen. Het hoofd van mijn sensei wil ik als aandachtspunt. In de compositie heb ik daar al voor gekozen, maar ook door een sterk contrast te maken gaat de aandacht naar deze plek. De judoka rechts zal ik minder ver uitwerken met minder sterk contrast.

Steeds lettend op de donkere en lichte delen teken ik verder. Regelmatig keer ik het papier ondersteboven, zodat ik een nieuw beeld zie. Dit is een manier om onbevooroordeeld te kijken. Ook het gebruik van een spiegel werkt daarvoor heel goed. Het vlak linksboven is zo donker dat ik besluit om het met Oost Indische inkt te schilderen.

 

De cirkel is rond

Dan volgt de dag dat ik de tekening ga overhandigen. De huidige sensei, die ik als ‘geestelijk zoon’ van Joop Gouweleeuw beschouw, krijgt van mij de tekening aangeboden. Hij is zichtbaar ontroerd en ik voel me dankbaar. De cirkel is rond.

Teken als troost; zo heeft het voor mij gewerkt.